Complicaties

Elke vorm van chirurgie kent zijn complicaties (ongewenste effecten van een behandeling). Zelfs de meest eenvoudige ingreep kan bijvoorbeeld gepaard gaan met een infectie van de wond.

Hoewel een leveroperatie een grote ingreep is, zien we in de regel weinig complicaties. Zeker als we dit vergelijken met de problemen die kunnen ontstaan na bijvoorbeeld de (eerdere) darmchirurgie. Naast de algemene complicaties die iedereen na een operatie kan krijgen, zoals een urineweginfectie (blaasontsteking), een longontsteking of een wondinfectie, zijn er ook een aantal specifieke problemen bij ingrepen aan de lever:

1.    De restfunctie van de lever
2.    Gallekkage, al of niet met infectie
3.    Vertraagd op gang komen van het maagdarmstelsel.

Ad 1. Restfunctie

Bij patiënten bij wie een zeer groot stuk van de lever wordt weggehaald, meestal meer dan de helft (vaak het rechter deel van de lever), kan het zijn dat de restfunctie van het overgebleven leverdeel te kort schiet. We noemen dit dan leverinsufficiëntie. Dit is een ernstig probleem dat gepaard gaat met stapeling van giftige stofwisselingsproducten zoals ammoniak en een achteruitgang van de aanmaak van allerlei eiwitten, zoals stollingseiwitten die nodig zijn voor de eigen lichaamsfuncties. Er ontstaat dan geelzucht, uitval van andere orgaansystemen en uiteindelijk kunnen patiënten hieraan overlijden.

Op dit moment zijn er wereldwijd nog geen leververvangende of leverondersteunende mogelijkheden, behalve intensieve bewaking en ondersteuning van andere orgaansystemen, bijvoorbeeld op de Intensive Care. “Leverdialyse” bestaat in effectieve zin nog niet, maar het onderzoek hiernaar loopt ook in Nederland.

Gelukkig is de kans dat u een leverinsufficiëntie ontwikkelt bij een grote resectie kleiner dan 5%. We proberen altijd een veilige hoeveelheid leverweefsel achter te laten, maar we moeten ons ook realiseren dat een operatie alleen zinvol is als we het idee hebben dat alle tumorweefsel kan worden weggehaald of met RFA wordt behandeld. Lever vervetting (cirrose) en chemotherapie beïnvloeden de functie van de lever nadelig. Dit betekent dan ook dat we in die situaties minder lever kunnen weghalen.

Ad 2. Gallekkage

De lever zelf maakt de hele dag door gal, dit is een lichaamssap die belangrijk is voor de vertering van voedsel in de darm.  Het aangemaakte gal wordt via de hoofdgalweg van de lever naar de darm afgevoerd. De galblaas is met de hoofdgalgang verbonden en heeft als enige functie het opslaan van een voorraadje extra gal. Vaak is het nodig bij de leveroperatie de galblaas te verwijderen. Dit heeft door zijn puur reservefunctie praktisch geen nadelige consequenties. Als wij een stuk van de lever afhalen kan het zijn dat het oppervlak wat gal blijft lekken, of dat er een lekkage ontstaat uit een van de grotere galwegen. Dit leidt er na de operatie toe dat er ter plaatse van de lever als het ware een vochtbel van gal gaat ontstaan Dit kan gepaard gaan met klachten of een infectie van de galwegen of omliggende weefsels. Een dergelijke complicatie komt bij ons in minder dan 1% voor, maar is wel een serieus probleem. Dit wordt dan vaak opgelost, in samenwerking met de afdeling radiologie en maag-darm-leverartsen (MDL), waarbij eventueel een buisje in de galweg wordt geplaatst zodat het gat wordt gedicht (stent) en/of er kunnen afvoerende slangetjes (drains) in de vochtbel worden geplaatst.

Ad 3. vertraagd maagdarmstelsel

Zoals bij elke vorm van buikchirurgie is het mogelijk dat het maag-darmstelsel vertraagd weer op gang komt. Omdat leverpatiënten vaak reeds eerder aan de darmen zijn geopereerd, is dit risico bij hen groter. Meestal gelukt het om met geduld en eventueel het toedienen van kunstmatige voeding een periode te overbruggen en dit probleem weer opgelost te krijgen.

Wilt u een afspraak maken of heeft u vragen?

Leverchirurgie
(040) 888 62 30

Openingstijden
Maandag tot en met vrijdag
08.30 uur tot 17.00 uur

Routebeschrijving